Fabels over autisme (ASS) en tips

Fabels over autisme (ASS)

Zoals heel veel doelgroepen lopen ook mensen met autisme tegen vooroordelen aan. Aannames van de omgeving over hun mogelijkheden en beperkingen. Met grote regelmaat horen we van onze cliënten dat zij zich niet in die aannames herkennen. Ze voelen zich onbegrepen. In deze blog willen we jullie mee nemen in een aantal vooroordelen en leggen we uit waarom die niet (altijd) kloppen.

Maar je kijkt mij gewoon in de ogen aan…

Tijdens een consult zegt de praktijkondersteuner; je zou niet zeggen dat je autisme hebt, want je kijkt me gewoon in de ogen aan. Deze cliënt wist even niet zo goed hoe ze hier op moest reageren. Dat is toch niet het enige kenmerk van autisme? Waarom is dat in dit gesprek van belang?

Het klopt inderdaad dat veel mensen met autisme oogcontact vermijden. Maar waarom? En waarom is dat niet bij iedereen met autisme hetzelfde?

Mensen met autisme hebben een verstoorde prikkelverwerking. Dit betekent dat sommige prikkels heel sterk en sommige juist minder goed binnen komen. Zo kan het geluid van een achtergrondmuziekje oorverdovend zijn en een kop hete thee lauw aanvoelen. Zo kan iemand ook over- of juist onder gevoelig zijn voor de prikkels tijdens een gesprek.
Wanneer we in gesprek zijn zien we veel gebeuren in het gezicht van onze gesprekspartner. Verschillende soorten mimiek en gezichtsuitdrukkingen, soms in rap tempo afgewisseld. In een gezichtsuitdrukking kunnen emoties in de vorm van sociale prikkels worden overgedragen. Wanneer je gevoelig bent voor deze visuele of sociale prikkels kun je hierdoor flink overprikkeld raken.
Door deze prikkels te verminderen vermijden sommige mensen met autisme oogcontact. Anderen leren zichzelf aan om naar een vast punt in het gezicht van de gesprekspartner te kijken, bijvoorbeeld tussen de ogen of naar de neus. En sommige mensen met autisme zijn niet gevoelig voor deze specifieke prikkels en hebben dan ook niet de behoefte om oogcontact te vermijden. Zij zijn misschien weer overgevoelig voor andere soorten prikkels, zoals tast of smaak. Het kan ook zijn dat iemand juist onder gevoelig is en de bewegingen en signalen niet registreert.

Een eigen paard?? Oooh, een verzorgpony bedoel je?

Mensen verwachten niet dat ik een eigen paard heb. Als ik dat vertel krijg ik vaak de vraag of ik een verzorgpony bedoel. Er komt veel bij kijken wanneer je een eigen paard hebt. Maar dat je autisme hebt betekent niet dat je dat niet kan!

Bijna iedereen weet van het bestaan van autisme. Het wordt in het dagelijks leven met regelmaat gebruikt om kenmerken aan jezelf of iemand anders toe te schrijven. Wanneer iemand gebaat is bij structuur of niet zo handig is in sociale contacten, grappen we al snel; die zal wel autisme hebben. Maar wat is autisme nou precies? In onze blog Wat doen jullie nu eigenlijk? Beschrijven we de vier gebieden waarin mensen met autisme moeilijkheden ervaren;
– Prikkelverwerking
– Executieve functies (bedenken, organiseren, plannen en automatiseren):
– Centrale coherentie (prikkelverwerking, verbindingen leggen en overzicht over geheel):
– Theory of Mind (zelfbeeld, inleven in een ander):

Autisme is heel breed en kan bij ieder mens met autisme een andere uitwerking hebben. Als je autisme hebt hoeft het niet per se te betekenen dat je sociaal onhandig bent of dat je niet zelfstandig in het dagelijks leven kan functioneren.
Iedereen heeft behoefte aan contact en een zelfstandig leven. De een in minder mate dan de ander. En de een ondervindt daar minder moeilijkheden in dan de ander. De moeilijkheden waar mensen met autisme tegenaan lopen kunnen uiteenlopende onderliggende oorzaken hebben, maar allemaal gelinkt aan de vier bovengenoemde pijlers.
Bijvoorbeeld: veel van onze cliënten ondervinden problemen in het aangaan en onderhouden van sociale contacten. Allemaal ogenschijnlijk hetzelfde probleem, maar het kan bij iedereen een andere oorzaak hebben. Bijvoorbeeld omdat het hem/haar niet lukt om afspraken te plannen. Of omdat een bezoekje of uitje zoveel prikkels oplevert dat het hem/haar enorm veel energie kost om de contacten aan te blijven gaan. Of omdat hij/zij de sociale prikkels (lichaamshouding, mimiek, intonatie) niet voldoende of foutief verwerkt waardoor aansluiting niet goed lukt.

Mensen denken dat ik me niet in kan leven in een ander.

Wanneer ik vertel dat ik autisme heb denken mensen vaak dat ik me niet in kan leven in een ander. Dat is niet zo. Ik kan me heel goed inleven in een ander en begrijp de ander snel. Wat het moeilijk maakt voor mij is dat er zoveel prikkels binnen komen dat ik dicht sla.

Hier wordt gesproken over ToM; inzicht in je eigen belevingswereld, in de belevingswereld van een ander, inschatten wat een ander voelt of gaat doen. Een van de aannames over autisme is dat mensen met autisme dat niet in zich hebben. Dat is niet zo. Of in ieder geval… niet vanzelfsprekend zo! Want er zijn zeker mensen met autisme die een gebrekkige Theory of Mind hebben en zich daardoor weinig tot niet in kunnen leven in een ander. Maar er zijn ook mensen met autisme waarbij de ToM goed is ontwikkeld en weinig problemen ervaren op dit vlak. Het hoeft namelijk niet zo te zijn dat je op alle vier de bovengenoemde gebieden problemen ervaart of evenveel problemen ervaart!
Dit meisje heeft wellicht weinig tot geen problemen op gebied van ToM. Maar haar prikkelverwerking zit haar in de weg waardoor ze alsnog vast kan lopen in sociale situaties. Ook hierbij is weer te zien dat een “probleem” verschillende oorzaken kan hebben.

Ik ben sociaal, dan ik kan geen autisme hebben.

Een van mijn cliënten twijfelde aan zijn diagnose autisme. Hij dacht dat dit eerder AD(H)D zou zijn, omdat hij zichzelf ziet als zeer sociaal vaardig. Toen ik uitlegde wat executief functioneren en centrale coherentie voor rol spelen, kon hij zich aardig vinden in de diagnose. Bij het uitpluizen van het sociale aspect bleek bovendien dat gebrekkige ToM zorgde voor een vertekend beeld wat betreft eigen vaardigheden op sociaal vlak.

We komen in ons vak niet alleen vooroordelen tegen vanuit het netwerk van de client. Ook cliënten zelf hebben soms een ander beeld bij de diagnose autisme, waardoor ze zich hier niet in herkennen. Door gedegen uitleg te geven over autisme wordt vaak het een en ander verhelderd. Maar zoals je in deze blog hebt gelezen betekent autisme voor ieder persoon met autisme iets anders. Daarom vinden we het belangrijk om samen met de cliënt te gaan onderzoeken welke aspecten van autisme herkenbaar zijn en op welke manier.
Het is een mooie ontdekkingsreis waar wij als Onbeperkt Begeleiding deel van mogen uitmaken!

Tips!

Tips voor mensen met autisme:
– Onderzoek je autisme, zodat je weet hoe jouw autisme bij jou werkt, en geef deze uitleg vervolgens aan anderen om een fabel uit de lucht te halen.
– Doe dit samen. Wellicht heb je iemand in je nabije omgeving die jou erbij wil helpen. Of informeer bij de gemeente over de mogelijkheden om hier ondersteuning in te krijgen.
– Laat anderen dit artikel lezen.

Tips voor mensen zonder autisme:
– Ga het gesprek aan! Vraag aan degene met autisme wat autisme voor hem/haar inhoudt.
– Betrap je jezelf op een vooroordeel? Voel je niet schuldig en check bij diegene of jouw beeld klopt of niet.

 

 

Op de koffie bij… Isa

Op de koffie bij…. Isa

Kun je iets vertellen over jezelf?

Hallo ik ben Isa en ik ben 24 jaar oud. Ik woon in Aarle-rixtel samen met mijn moeder en mijn jonger zusje
en mijn twee honden. Mijn vader woont samen met zijn vriendin in Mierlo-hout. Ik werk 32 uur in de week bij senzer waar ik kabels op wikkel, seal en inpak.
Hobby’s heb ik natuurlijk ook en dat zijn fotograferen en op de maandagen ga naar de pottenbak club waar ik dan schalen vazen en beelden maak. Ook vind ik het erg leuk om te puzzelen daar kan ik echt uren mee bezig zijn. Ik heb ook een vriend hij is 32 jaar oud en woont in Helmond.

Waar ben je het meest trots op in je leven?

Ben het meest trots op dat ik zo wel mijn diploma voor mijn vmbo basis gehaald heb maar ook dat ik mijn diploma gehaald voor mijn mbo opleiding brood en banket.

Waarom heb je begeleiding van Onbeperkt Begeleiding?

Op mijn 19de is de diagnose autisme bij mij gesteld. Na een gesprek met de gemeenten kwam Ilona van Teeffelen ter sprake en werd er tegen mij verteld dat ze goede verhalen hadden gehoord over de begeleiding van Ilona. Dat klonk voor mij erg goed en hebben we meteen na de afspraak met gemeenten een afspraak met Ilona gemaakt om kennis te maken. Voor mij was de klik met Ilona er meteen. Vanaf mijn 19de heb ik nu begeleiding van Ilona en het bevalt me nog steeds erg goed. Ik heb dus begeleiding voor mijn autisme.

Wat is je grootste uitdaging?

Mijn grootste uitdaging is dat ik uiteindelijk op mezelf kan gaan wonen. En dat ik zelfstandiger ga worden.

Tot slot, wat vind je van de begeleiding vanuit Onbeperkt begeleiding?

Ik vind de begeleiding van onbeperkt begeleiding erg goed. Wat ik ook erg fijn vind als ik weet dat Ilona komt dat ik mijn verhaal dan kwijt kan en dat ze de tijd voor mij heeft. Als mijn hoofd vol zit helpt ze mij met mijn hoofd opruimen dat doet me daarna wel goed kan ik weer met een op geruimd hoofd verder gaan.

Ilona helpt mijn nu bij het zelfstandiger worden en dat gaat stapje voor stapje steeds beter.

 

Op de koffie bij… Dari

Op de koffie bij…. Dari

Kun je iets vertellen over jezelf?

Ik ben geboren en getogen in Helmond, maar woon nu sinds 3 maanden bij mijn vriendin in Roemenië. Op dit moment werk ik niet. Als hobby’s heb ik gamen, voetbal, formule 1, en sporten in het algemeen.

Waar ben je het meest trots op in je leven?

Dit vind ik een moeilijke vraag om te beantwoorden. Het meest recente is denk ik dat ik wel trots ben op mezelf dat ik de stap heb gemaakt om naar Roemenië te gaan. Dat is op zich een moeilijke beslissing, en vooral omdat ik normaal gesproken niet echt uit mijn comfortzone stap. Maar voor dit móest ik wel uit mijn comfortzone. Ik ben er blij mee dat ik nu in Roemenië zit, omdat het tussen mij en mijn vriendin Laura goed klikt, en ik heb het hier goed naar mijn zin. Eindelijk heb ik het gevoel van zelfstandigheid dat ik zo lang wilde, en fijn dat ik eindelijk mijn leven ontwikkel en dat ik niet alleen maar stil blijf staan.

Waarom heb je begeleiding van Onbeperkt Begeleiding?

Om aan mijn persoonlijke leerdoelen te kunnen werken. Omdat ik een jaar of zes geleden de diagnose autisme (PDD-nos) heb gekregen, kreeg ik destijds het advies om aan mijn beperkingen te werken met behulp van ambulante begeleiding. Zij kunnen mij ondersteunen in het verhelpen van de dingen die moeilijk vind, zoals bijvoorbeeld sociale activiteiten ondernemen met andere mensen.

Wat is je grootste uitdaging?

Op dit moment is dat denk ik een stabiele toekomst creëren door bijvoorbeeld een baan te vinden. Ik vind dit soort dingen sowieso lastig, dat heb ik ook bijvoorbeeld al bij het regelen van een stage. Eigenlijk het hele proces, van solliciteren tot het daadwerkelijk komen te zitten op de juiste plek, vind ik een uitdaging. Het liefste zou ik één sollicitatie willen doen en dan aangenomen worden, dan ben je klaar. Maar zo makkelijk is het niet. Als je wordt afgewezen is het moeilijk om toch door te gaan. Als je eenmaal bent aangenomen zit je op een plek, en dat geeft rust. Bij mij speelt onzekerheid dat je niet weet hoe de toekomst er uit gaat zien, wel een rol.

Wat zijn je ambities de komende jaren?

Een stabiele toekomst voor mezelf creëren, het liefst hier (Roemenië) zodat ik gelukkig kan zijn samen met Laura.

Tot slot, wat vind je van de begeleiding vanuit Onbeperkt begeleiding?

De begeleiding is goed, ik voel me geholpen. Ik vind het fijn dat ze flexibel zijn, zoals dit met mij nu mogelijk is. En als er iemand op vakantie is, dat er dan vervanging is vanuit het bedrijf. Dat ze oprecht geïnteresseerd zijn in hun cliënten, het komt op mij ten minste over als echt meedenken en willen investeren in hun cliënten. Als er meer tijd nodig is tijdens een afspraak, dan kan er meer tijd worden gemaakt, en dat vind ik fijn. En dat ze oprecht de cliënten beter willen maken, niet vanuit bepaalde regels (ik moet dit doen van 9 tot 5), maar je kunt echt altijd met problemen bij ze terecht.

Wat doen jullie nu eigenlijk? (vervolg3)

Wat doen jullie nu eigenlijk? (vervolg)

In de rubriek ‘wat doen jullie nu eigenlijk?’ nemen we jullie mee in ons werk en onze werkwijze. Een kijkje in de keuken… waar we met een rugzak vol kennis en ervaring én een kast vol met begeleidingsmateriaal de ingrediënten vinden om iedere dag weer zo goed mogelijk aan te sluiten bij de cliënt. Zo heb je kunnen lezen tegen welke dingen onze doelgroep aan kan lopen en hebben we voorbeelden gegeven van hoe we hierin begeleiden (dit kun je hier teruglezen), maar ook de methode Systemisch Pedagoochelen toegelicht (dit kun je hier teruglezen).

Maar eerst de verbinding

Wij zijn ervan overtuigd dat je niet met 1 methode aan een hulpvraag kan werken. Ieder mens is uniek en daarmee niet in 1 kader te stoppen. Een methode zal in onze ogen dan ook nooit volledig aansluiten bij zowel de persoonlijkheid, hulpvraag, interesses als de mogelijkheden van een persoon.
Daarnaast gaat iemand die begeleiding krijgt een proces door. Je ontwikkelt je mogelijkheden, je doet inzichten op en je leert anders met situaties omgaan. Daarmee verandert gaande weg je hulpvraag ook.

Onze begeleiding gaat uit van verbinding. Aan het begin van een traject leren we de cliënt kennen. We gaan in dialoog over de hulpvraag, maar ook over persoonlijkheid en interesses. Want precies deze dingen maken dat wij aan kunnen sluiten en naast de cliënt kunnen staan. We komen niet binnen met een kant en klaar stappenplan, maar we bouwen dit plan samen met de cliënt. De input van de cliënt is hierbij essentieel.
Vanuit daar reiken wij de handvatten aan waarmee de cliënt stappen kan gaan zetten.

Een kast vol begeleidingsmateriaal. Hoe werkt dat dan?

Op kantoor hebben we een kast met een grote verzameling aan materiaal. Van boeken tot (educatieve) spellen tot ontwikkelingskaarten tot werkboeken. Juist omdat we zoveel hebben, kunnen we tijdens de begeleiding inzetten wat bij die persoon op dat moment past. We zijn niet gebonden aan enkele methodieken. Hierdoor kunnen we optimaal zorg op maat bieden. 

Iedereen die begeleiding van ons krijgt heeft samen met zijn / haar begeleider doelen opgesteld. Het aanleren van huishoudelijke taken, het toepassen van een dag- en nachtritme, het aangaan van sociale contacten, etc. In de begeleiding kijken we welke methodieken aansluiten bij de persoon en het leerdoel. 

De ene keer gebruik je een methodiek voor langere tijd om een bepaalde vaardigheid aan te leren. Zo heb ik met een jongetje enkele maanden intensief geoefend met STOP-DENK-DOE om te leren impulsen te beheersen en hulp te vragen. Hierbij gebruikte ik werkbladen, rollenspel en het bordspel van STOP-DENK-DOE. Een collega van mij gebruikt Geef me de 5 wekelijks met een cliënt om haar gedachten te ordenen en daardoor beter tot actie te komen. 

De andere keer zet je een methodiek eenmalig of enkele keren in. Het kernkwaliteitenspel is daar een goed voorbeeld van. Hiermee zetten we iemand weer in zijn kracht; hij krijgt een beter inzicht in zijn kwaliteiten en hoe hij die in kan zetten. Met de piramide van Maslow bieden we inzicht in basisbehoeften en het stellen van passende doelen. En met Handleiding voor jezelf gaan we met kinderen in gesprek over thema’s als emoties, pesten en positief zelfbeeld. We kijken naar welk thema bij dat kind speelt en gaan daarmee aan de slag. 

En als blijkt dat een methode niet voldoende aansluit bij de persoon, zoeken we samen verder tot we hebben gevonden wat past!

 

Ben je benieuwd naar welk type begeleiding het beste bij jou past?
Laat het ons weten en we gaan graag met je mee op ontdekkingstocht.

Wat doen jullie nu eigenlijk? (vervolg)

Wat doen jullie nu eigenlijk? (vervolg)

In onze eerste uitgave van de rubriek ‘wat doen jullie nu eigenlijk?’ hebben we in een blog beschreven wat we tijdens een werkdag doen , op welke gebieden we begeleiden en hoe de begeleiding eruit ziet. Zo heb je kunnen lezen tegen welke dingen onze doelgroep aan kan lopen en hebben we voorbeelden gegeven van hoe we hierin begeleiden (dit kun je hier teruglezen).

Maar op de achtergrond gebeurt er ook een hoop. Een van de dingen hiervan is onze kennis verbreden. Want iedere dag leren we bij. Van elkaar als collega’s maar vooral ook van de mensen die we begeleiden. Daarnaast leren we in de vorm van bijscholing; een cursus volgen of een lezing bijwonen om onze kennis op pijl te houden of te verbreden. Kennis over bijvoorbeeld autisme en ADHD, maar ook over vormen van begeleiding.

In onze wekelijkse overlegmomenten maken we met regelmaat ruimte voor ‘deskundigheidsbevordering’. We praten elkaar bij over lezingen die we hebben bij gewoond of een cursus die de rest niet heeft gevold. Op deze manier kunnen we optimaal gebruik maken van elkaars kennis. Deze week stond Systemisch Pedagoochelen centraal.

Wat is Systemisch Pedagoochelen?

Systemisch Pedagoochelen is een manier om je familie, je systeem, in kaart te brengen en van een afstandje te kijken naar hoe jouw familieleden een plaats in nemen in jouw leven. Met poppetjes zet je jou en je familieleden neer, op de manier zoals jij het wil en ervaart! Samen ga je in gesprek over wat je ziet; “wat fijn dat je moeder of broer zo dichtbij je staat en dat je daar zoveel steun van hebt”. Of: “nu ik de poppetjes neer heb gezet valt het me op dat die tante niet meer zo dichtbij me staat”.

Wat kan het je brengen?

Het Systemisch Pedagoochelen is geen therapie maar het is een manier om overzicht en inzicht te krijgen in jouw persoonlijke systeem (de mensen om je heen). Daarnaast helpt het je om verbanden te leggen (aaah, nu snap ik waarom….) of bewustwording te creëren (het is me nog nooit echt opgevallen dat…).

Tijdens de begeleiding

Met een doos vol mooie houten poppetjes en ander materiaal om zaken visueel te maken, gaan we samen aan de slag.

Voor iedereen kan het fijn zijn om eens van een afstandje naar zijn eigen systeem te kunnen kijken. Of je nu uit een stabiel of juist een complex gezin komt. Het kan je bevestiging geven voor wat je ervaart, het kan ook confronterend zijn. Daarom is het van belang dat we voldoende tijd hebben, zodat je met een goed gevoel de rest van je dag in gaat. Binnen de begeleiding zouden we dan ook een volle afspraak besteden aan deze methode.

Ben je benieuwd naar welke inzichten het jou zou kunnen brengen? Laat het ons weten en we gaan graag met je mee op ontdekkingstocht.

 

De cursus Systemisch Pedagoochelen hebben wij gevolgd bij www.magnoliacoaching.nl en de materialen komen van www.verwonderland.nl

 

 

Bijna zomervakantie!

Bijna zomervakantie !

Komende week start de zomervakantie!

Sommige cliënten vinden dit ontzettend fijn en kijken hier naar uit! Lekker even helemaal niks moeten, geen huiswerk, uitslapen, lekker weer en leuke dingen doen.

Andere cliënten vinden dit wel lastig. Hun structuur en ritme valt weg en dat kan lastig zijn.

Heb je er nu super veel zin in en kun je goed omgaan met vakantie? Lekker van genieten! Mocht je sommige dingen wel lastig vinden, voor jezelf of je kind(eren), volgen hier een aantal tips:

  • Spreek af wat “niks moeten” inhoudt. Wat hoort hierbij?
    In het hoofd van je kind is dit misschien onbeperkt beeldschermtijd. Hier vooraf afspraken over maken helpt en voorkomt onbegrip en ruzie.
    Wanneer je bijvoorbeeld wél verwacht van je kind(eren) dat ze meehelpen met wat klusjes in huis zoals de tafel afruimen, kamer opruimen of een boodschap? Spreek dit vooraf af. Zo wordt duidelijk wat er hoort bij “niks moeten”.
    Leg ook uit wat “niks moeten” op een leuke manier inhoudt. Bijvoorbeeld geen huiswerk, later naar bed (bv. 30 minuten later), meer tijd om buiten te spelen, etc.
  • Merk je dat je kind eigenlijk die structuur wel fijn vindt en moeite heeft met “niet ingevulde tijd”?
    Maak dan jullie eigen structuur. Visueel maken helpt.
    Zo kun je op een groot stevig karton de dagen van de week opschrijven met jullie ritme.
    Incl. tijden dat je kind opstaat, eet, zelf speelt, samen kan spelen, gaat douchen, bedtijd, etc.
    Sommige kinderen voelen veel meer rust en veiligheid bij structuur. Dit kun je ze bieden.
  • Activiteiten planning. Het kan helpen voor jezelf als ouder, maar ook voor je kinderen om een “leuke dingen planning” te maken.
    Zo is vooraf duidelijk voor je kinderen dat je niet dagelijks een grote activiteit onderneemt.
    Zo heb je leuke dingen om naar uit te kijken.
    En zo verdeel je de leuke dingen over de vakantie. Dit kun je helemaal naar eigen invulling doen, wat past bij jullie en jullie budget.
    Je hoeft niet wekelijks naar de Efteling of een dierentuin.
    Samen bakken, naar een speeltuin, filmavond met popcorn, waterspellen in de tuin, etc. zijn ook super leuke dingen om te doen!
  • Ben jij volwassen zonder kinderen, maar vind je vakantie hebben ook lastig?
    Een duidelijke dagplanning of “to do” lijstje kan ook helpend zijn voor jou?
    Misschien kun je per week bekijken wanneer je sport, sociale contacten opzoekt, ontspanning opzoekt, etc.

Mochten jullie nog vragen hebben of willen overleggen hoe jij je vakantie kunt aanpakken? Schroom niet en bel, app of mail ons.
In de vakantie volgen er ook nog leuke posts wat je allemaal kunt ondernemen in de vakantie! Dus houd onze Facebook en Insta in de gaten!

Fijne vakantie!

Slaap en autisme

Slaap en autisme

Voor de een is het zijn favoriete hobby, voor de ander is het een verschrikking: slapen. We doen het gemiddeld zo’n 7 tot 8 uur per dag. Hopelijk ben je gezegend met een goede nachtrust. Een goed dag- en nacht ritme, vlot in kunnen slapen, niet te veel onderbrekingen gedurende de nacht. Voor veel mensen is het vanzelfsprekend. Zij beginnen uitgerust aan hun dag en kunnen door tot het weer bedtijd is.

Maar er zijn ook genoeg mensen waar het even wat anders verloopt. Iedereen kent wel iemand (of misschien ben je het zelf) die moeilijk in slaap kan komen, die regelmatig gebroken nachten heeft of waarvoor de nachten simpelweg te kort zijn. Je staat met een vermoeid lichaam en een zwaar hoofd op.

In deze blog leggen we uit waar mensen met autisme tegen aan kunnen lopen wanneer het gaat over Slaap. Door een andere prikkelverwerking kunnen er andere oorzaken te grondslag liggen aan slaapproblemen, dan bij mensen zonder autisme.

Slaapcyclus

Eerst even dit: een gemiddelde slaapcyclus ziet er als volgt uit.

Bron: www.fitvanbinnen.nl (afbeelding), https://slaapcentrum.slingeland.nl/ (toelichting)

Zoals in de afbeelding is te zien, bestaat een slaapcyclus uit 4 verschillende fasen. Je gaat van droomslaap naar oppervlakkige slaap naar diepe slaap, en weer terug. Naarmate de nacht vordert kom je minder vaak in diepe slaap. De REM slapen worden daarentegen steeds wat langer.

Vaak wordt je na een REM slaap eventjes (onbewust) wakker. Waar mensen zonder autisme dit vaak nauwelijks signaleren of zonder problemen weer verder slapen, kan dit bij mensen met autisme anders zijn. Doordat de prikkelverwerking bij mensen met autisme anders verloopt, kan het zijn dat de hersenen dit korte wakker worden registreren als ‘klaar met slapen, de dag is begonnen!’. Met als gevolg dat je midden in de nacht de slaap niet meer kan pakken of met veel moeite, en enkele uren verder, weer in slaap valt.

Ook kan overgevoeligheid of juist ondergevoeligheid van bepaalde prikkels een grote rol spelen bij de nachtrust van mensen met autisme. Wanneer je overgevoelig bent voor geluiden wordt je misschien wel wakker van ieder tikje in huis, iedere auto die voorbij rijdt of iedere vogel die enthousiast (en heel vroeg) aan de dag begint. Misschien komt de informatie die via je huid binnen komt extra hard binnen. Een deken over je heen of een vervelend stofje van pyjama of dekbed kan dan voor veel onrust zorgen.
Wanneer je ondergevoelig bent kan het helpen om een zwaarder deken over je heen te hebben liggen. Dat zorgt ervoor dat je je bewust wordt van je lichaam en dat je niet hoeft te ‘zoeken’ naar prikkels door in beweging te blijven of geluiden te maken o.i.d.

Slaapdruk

Slaapdruk opbouwen gedurende de dag kan veel invloed hebben op je nachtrust. Wat is slaapdruk?

Bron: www.equilli.com

Wanneer je gedurende de dag actief bezig bent, bouw je slaapdruk op. Deze slaapdruk neemt af wanneer je een dutje doet of slaapt. Bij een hoge slaapdruk is jouw lichaam klaar om te slapen. Daarnaast is het van belang dat tegen de tijd dat je naar bed wil, jouw alertheid laag is. Wanneer je een hoge slaap druk hebt maar helemaal hyper bent, kom je alsnog moeilijk in slaap. Door enkele uren voor het slapen gaan rustige activiteiten te doen (zoals wandelen, tv kijken of lezen) daalt jouw alertheid.

Wanneer jouw slaapdruk hoog is en jouw alertheid laag, kun je makkelijk(-er) in slaap komen. Om deze in balans te hebben zijn een aantal dingen belangrijk:

  • Overdag geen dutje doen. Dit verlaagt je slaapdruk aanzienlijk, je lichaam moet weer opnieuw beginnen met het opbouwen van de slaapdruk
  • Gedurende de dag lekker actief bezig zijn. Dit betekend niet dat je de hele dag door moet gaan en niet mag zitten hoor! Je lichaam moet tussendoor ook kunnen rusten.
  • Een vast dag- en nachtritme is erg belangrijk. Wanneer je lichaam eenmaal is gewent aan een ritme met regelmaat, bereid het zich steeds beter voor op ‘in slaap vallen’. Wil je je ritme aanpassen? Geef jezelf minstens drie dagen de tijd om aan een nieuw ritme te wennen.

Zijn bepaalde punten uit deze blog herkenbaar? Bijvoorbeeld op willen staan wanneer je na de eerste cyclus midden in de nacht wakker wordt. Over- of ondergevoelig zijn  voor prikkels tijdens de nacht. Een verstoord dag- en nacht ritme. Hopelijk geeft deze blog je inspiratie om er mee verder te gaan. Wij denken graag met je mee!

 

Ga tekenen!

Ga tekenen!

Visualiseren

In de begeleiding van mensen met autisme besteden we veel tijd aan verduidelijken. Soms is de situatie eenvoudig en is dit zo gebeurt. Andere keren is het probleem complexer. Visualiseren kan dan helpen. Door informatie visueel te maken kun je gemakkelijker de samenhang zien, en begrijpen hoe de situatie in elkaar steekt. Het maakt het probleem bespreekbaar, en een oplossing is dan meestal zo bedacht. Maar visualiseren, hoe doe je dat?

Iedereen kan het

Je hoeft geen kunstenaar te zijn om te kunnen tekenen. Kun je een streepje trekken, en een cirkel tekenen? Dan kun je aan de slag! Kijk maar naar dit voorbeeld.

Tijdens onze begeleiding horen we regelmatig dat de spanning hoog op kan lopen, zonder dat hiervoor een duidelijke aanleiding is. “Het gaat in één keer van 0 naar 100!”. Om samen uit te pluizen wat er is gebeurt kan het helpen om de situatie te tekenen. Op de foto zie je hoe je dit kunt doen.

Heb je inhoudelijke vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van dit artikel over onze begeleiding of over autisme neem dan contact op!

 

Wat doen jullie nu eigenlijk?

Wat doen jullie nu eigenlijk?

Begeleiding

Dit is een vraag die ons nog regelmatig gesteld wordt. Waar voor ons het werk de normaalste zaak van de wereld is, kunnen anderen zich er soms moeilijk een beeld bij vormen. We proberen jullie middels sociale media regelmatig mee te nemen in onze werkzaamheden, bijvoorbeeld door de post ‘Een weekje meelopen met…’.

Aan de hand van deze blog, social media en onze website, hopen we jullie een nóg duidelijker beeld te geven van onze werkzaamheden.
Onbeperkt Begeleiding biedt ambulante begeleiding aan mensen met autisme en aanverwante stoornissen voor alle leeftijden. Zo begeleiden we een jongetje van 5 jaar, zijn ouders en broertje, maar ook een vrouw van in de 50 en alle leeftijden daartussen.

Dagelijkse handelingen die voor veel mensen vanzelfsprekend zijn, kunnen voor mensen met autisme of aanverwante stoornissen een hele uitdaging vormen. Aan de hand van een klein stukje theorie en praktische voorbeelden, willen we jullie een stukje meenemen in ons werk.

Executieve functies

Executieve functies zijn processen in je brein die je (sociaal)gedrag en je leren aansturen. Deze processen regelen bijvoorbeeld het starten met een taak en het richten en vasthouden van de aandacht, initiatief nemen, planning, flexibiliteit en doelgericht gedrag.
Mensen met autisme hebben beperkte executieve functies. Daardoor verlopen bovenstaande processen vaak moeizamer en kost een taak veel meer tijd en energie.

Als voorbeeld; Pietje wil pannenkoeken bakken. Hij maakt thuis een lijstje met de benodigde boodschappen (planning). Dit geeft hem houvast, waardoor hij geen boodschappen vergeet. Hij gaat naar de supermarkt voor zijn boodschappen op zijn lijstje (doelgericht). Pietje verzamelt de eitjes, pannenkoekenmix en appels. Aangekomen bij de melk komt hij erachter dat de melk die hij normaliter heeft, is uitverkocht. Pietje staat minutenlang voor het schap na te denken welke melk hij zal nemen. Hij heeft veel moeite met het schakelen en het kiezen van een ander soort/merk melk (flexibiliteit). Na een kwartier pakt hij maar het pak wat het dichtst bij hem staat. Eenmaal thuis aangekomen wil hij de pannenkoeken gaan bakken en bedenkt hij dat hij ook frisdrank mee had moeten nemen, want deze was op. Doordat dit niet op zijn lijstje stond, heeft hij deze niet meegenomen.

Aan de hand van het voorbeeld kun je zien dat een ogenschijnlijke makkelijke handeling door de beperkte executieve functies een ingewikkelde activiteit is. Onze begeleiding is erop gericht dat Pietje deze activiteit zo zelfstandig mogelijk kan uitvoeren en waar nodig oplossingen kan bedenken. Een voorbeeld van de begeleiding die wij aanbieden bij bovenstaand voorbeeld is: leren maken van een compleet boodschappenlijstje en oplossingsgericht werken en denken.

ToM

Theory of Mind (ToM) staat voor het vermogen om je te verplaatsen in de gedachten en gevoelens van een ander. Met dit vermogen ben je in stata om empatisch te zijn en rekening te houden met de gevoelens en gedachten van andere mensen. Bij mensen met autisme is de ToM niet goed ontwikkeld, waardoor zij zich niet zo goed kunnen verplaatsen in de leefwereld van een ander.

Als voorbeeld; De moeder van Pietje is verdrietig en moet huilen. Pietje snapt niet waarom mama huilt. Hij weet ook niet zo goed wat het betekend als mama huilt, laat staan dat hij weet wat hij moet doen wanneer mama huilt.
Begeleiding gericht op de ToM is vaak gericht op het maken van afspraken of het aanleren van zogenaamde trucjes. Zo zouden we met Pietje af kunnen spreken wanneer mama huilt, dat het standaard het volgende proces doorloopt:
Ik zie: mama huilt.
Ik denk: mama heeft verdriet.
Ik zeg: mama ben je verdrietig?
Ik doe: ik geef mama een knuffel.

Centrale Coherentie

De betekenis van Centrale Coherentie is simpelweg: samenhang zien. Mensen met autisme hebben een andere manier van waarnemen, informatie verwerken en betekenis geven. Ze richten zich op details en zien het geel (samenhang) niet. Daardoor komen ze tot een andere betekenisverlening. Precies omdat ze de wereld anders waarnemen en interpreteren, komen ze vaak tot een ander, vreemd, bizar, gedrag dat gebaseerd is op deze (andere) betekenisverlening.

We gaan even verder met het voorbeeld van Pietje, waarin moeder moet huilen. In de begeleiding hebben we met Pietje afgesproken wat hij moet doen als mama huilt (ik zie, ik denk, ik zeg en ik doe). Het is van belang om hier hele duidelijke en concrete afspraken over te maken. Wanneer we bijvoorbeeld niet duidelijk genoeg zijn wanneer en bij wie dit proces in gang gezet dient te worden, kan het voorkomen dat Pietje een onbekend persoon die hij op straat ziet huilen gaat knuffelen. Hij heeft van ons namelijk geleerd iemand een knuffel te geven als hij/zij huilt. De methode geef me de 5 kan hier goed bij helpen: Wie, wat, waar, wanneer, hoe?

Prikkelverwerking

Mensen met autisme hebben een andere prikkelverwerking. Er kan sprake zijn van overprikkeling, bijvoorbeeld wanneer iemand slecht tegen harde geluiden kan. Maar ook van onderprikkeling, dan is het voor iemand juist fijn om extreme prikkels op te zoeken, bijvoorbeeld het opzoeken van fysieke prikkels.

Onze begeleiding richt zich op het onderzoeken waar de cliënt met name last van heeft als het over prikkelverwerking gaat. Dan hebben we het over onder- en overprikkeling, maar ook van welke prikkels een cliënt met name last heeft (horen, zien, ruiken, voelen, proeven etc.). Wanneer we weten waar een cliënt door overprikkeld raakt, kunnen we gaan kijken naar mogelijke aanpassingen. Denk bij overprikkeling op het gebied van gehoor bijvoorbeeld aan een koptelefoon en op het gebied van voelen, afspraken over lichamelijk contact met anderen of aanpassing van kleding.

Dagelijkse praktijk

De begeleiding die we aanbieden is dus heel divers en afhankelijk van de hulpvraag van de cliënt. Waar de ene cliënt hulp behoeft bij het plannen en organiseren van zijn dag, heeft de ander begeleiding nodig om de zelfstandigheid te bevorderen. Denk hierbij aan huishoudelijke taken, financiën, een boodschap doen of een bezoekje aan een huisarts. Maar ook het aangaan en onderhouden van sociale contacten, uitdagingen op school of op je werk, psycho-educatie, ouder – en opvoedondersteuning behoren tot hulpvragen waar wij bij ondersteunen.

Wij begeleiden onze cliënten altijd in en rondom de thuissituatie. Hier kiezen we bewust voor omdat daar het leven van de cliënt afspeelt. Als voorbeeld; heeft naar onze mening weinig zin om in een ander dorp te leren je boodschappen te doen, als de cliënt naar de supermarkt gaat in zijn of haar eigen dorp.

Wekelijks hebben we afspraken met onze cliënten en werken we aan verschillende doelen. Deze doelen worden samen met de cliënt opgesteld. De begeleiding is vooral praktisch en gericht op het aanleren van vaardigheden, zodat de cliënt op termijn zo zelfstandig mogelijk kan functioneren.

Heb je inhoudelijke vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van dit artikel over onze begeleiding of over autisme neem dan contact op!

 

Prikkelverwerking

Prikkelverwerking

Het is vandaag Wereld Autisme Dag, met als thema prikkels!

Voor ons weer een perfecte aangelegenheid om een blog te schrijven over prikkelverwerking. Want bij mensen met autisme, ADHD, ADD of hooggevoeligheid komen prikkels anders binnen dan bij mensen die dit niet hebben. Hun brein werkt anders. Informatie wordt niet gefilterd waardoor het anders wordt opgeslagen in hun hoofd. Hierdoor kunnen ze sneller overprikkeld raken.

Voelsprieten

Iedereen die sneller overprikkeld raakt heeft een extra sensor voor een prikkel. Zo kan de ene persoon sneller last hebben van bepaalde geuren, smaken of texturen. Terwijl een ander misschien juist heel gevoelig is voor aanraking, bepaalde labels in kleding. Of worden pijnprikkels sterker waargenomen.

Hypergevoelig of hypogevoelig?

Je hebt overgevoeligheid in prikkelverwerking, dat heet hypergevoelig. Of juist ondergevoeligheid, hypogevoelig. Bij onderprikkeling zal een persoon prikkels willen opzoeken of deze persoon voelt de prikkels onvoldoende. Bijvoorbeeld handen wassen onder een te hete kraan, geboeid door harde geluiden en felle lichten, steeds op zoek naar nieuwe activiteiten en uitdagingen, aanraking opzoeken.

Bij overprikkeling komt alles juist extra hard binnen. Zij vermijden liever harde geluiden, intense geuren, veel mensen en vinden vertrouwde activiteiten en smaken veel fijner dan nieuwe onverwachtse dingen.

Tips!

Of je nu sneller overprikkeld óf onderprikkeld bent, er zijn een aantal tips die je zéker eens uit kunt proberen! Dit is ook zinvol om te weten als ouder of als leerkracht.

  1. Vertel als ouder of als leerkracht je uitleg één keer duidelijk, kort en specifiek. Laat daarna even een pauze vallen voor verwerkingstijd. Hoe meer informatie je geeft, hoe meer verwerkingstijd het brein van je kind nodig heeft.
  2. Zorg voor voldoende rustmomenten en verwerkingstijd. Bijvoorbeeld na school, laat je kind even schakelen. Dit mag best achter een beeldscherm zijn. Spreek duidelijk af wat mag, hoe lang dit duurt en wanneer dit mag. Ook wisselingen tussen gescheiden ouders kunnen lastig zijn. Ook dan werkt een schakelmoment.
  3. Geef duidelijkheid: wat mag wel en wat mag niet. (Ben vooral ook duidelijk wat wel mag).
  4. Maak samen een emotiemeter. Zo kan iedereen zien hoe het gaat. Bijvoorbeeld door middel van een thermometer. Groen is ontspannen en relaxed. Groen-Oranje is gefocust / geconcentreerd. Oranje is licht geïrriteerd en vasthoudend. Oranje-Rood is geïrriteerd en rood is kwaad. Schrijf bij iedere kleur wat mensen aan jou kunnen zien en wat jij nodig hebt.
  5. Wanneer je hoofd vol is na een drukke dag en je kunt niet slapen, helpt het om je dag na te vertellen. Dit kun je vertellen aan iemand of opschrijven in een dagboek. Op deze manier gaan alle gedachten uit je hoofd.
  6. Wanneer een schooldag of werkdag druk is geweest en je hoofd zit vol, zou je ook bijvoorbeeld een stuk kunnen gaan wandelen of fietsen. Even in de buitenlucht je hoofd leegmaken.
  7. Heb je ooit gehoord van een zwaartedeken? Dit deken helpt je om weer rustig te worden wanneer je overprikkeld bent. Omdat het deken lekker zwaar is en gelijkmatig over je lichaam verdeeld ligt, maken je hersenen speciale stofjes aan waar je rustig van wordt en je je beter door gaat voelen (melatonine en serotonine). Ideaal voor iedereen die wel eens last heeft van te veel prikkels of piekergedachten.
  8. Ademhalingsoefening of mindfulness. Door je te richten op je ademhaling of een geleide meditatie, gaat je aandacht naar ‘dit moment’. Telkens wanneer het opvalt dat je gedachten ergens anders heen gaan, bijvoorbeeld naar piekergedachten of een rotgevoel, probeer je weer terug te komen bij ‘dit moment’. Dit kun je doen wanneer je bijvoorbeeld niet kunt slapen, wanneer je erg druk bent in je lichaam of hoofd, of wanneer je even wil ontspannen. Wist je dat je ook actief kunt mediteren? Dit doe je door bijvoorbeeld muziek te luisteren of te kleuren. Ook dan ben je bij ‘dit moment’.

Herkenbaar?

Zo, dat waren een heleboel tips! Mocht je meer willen weten over overprikkeling of onderprikkeling, herken je dingen bij jezelf en wil je daar graag eens over praten? Neem gerust contact met ons op, wie weet kunnen wij jou wel helpen!